Stucwerk niet vlak? Wanneer is er echt sprake van een gebrek?

Bijgewerkt op: 2 dagen geleden
Een conflict op de bouw hoeft niet altijd te beginnen met een grote fout.
Soms begint het met een bouwlamp.
De opdrachtgever loopt door zijn woning in aanbouw, ziet een lamp vlak langs een pas gestucte wand schijnen en schrikt van wat hij ziet.
Golven.Schaduwen.Oneffenheden.
De conclusie ligt dan snel voor de hand:
“Het stucwerk van deze muur is helemaal niet vlak.”
De opdrachtgever meldt dit bij de aannemer, geeft aan dat het werk niet akkoord is en besluit misschien zelfs dat verdere termijnen niet worden betaald totdat de wand is rechtgetrokken.
Op dat moment kan een conflict ontstaan.
Terwijl er technisch misschien helemaal niets mis is.

Strijklicht kan stucwerk veel slechter laten lijken dan het is
Wanneer licht vrijwel evenwijdig langs een wand schijnt, ontstaat strijklicht.
Een heel kleine oneffenheid kan dan een relatief grote schaduw veroorzaken.
Het oog ziet die schaduw en maakt het verschil visueel veel groter dan het in werkelijkheid is.
Een gestucte wand die onder normale omstandigheden rustig en vlak oogt, kan met een bouwlamp vlak langs het oppervlak ineens bijna op een berglandschap lijken.
Dat betekent niet automatisch dat de stukadoor slecht werk heeft geleverd.
Stucwerk is handwerk.
Volledig wiskundig vlak bestaat in de praktijk niet.
Daarom zijn er voor stukadoorswerk verschillende kwaliteitsniveaus en toleranties afgesproken.
De aannemer kijkt anders naar dezelfde wand
Hier ontstaat een interessant verschil tussen opdrachtgever en aannemer.
De opdrachtgever kijkt naar de wand en ziet:
“Dit is niet vlak.”
De aannemer of stukadoor kijkt naar dezelfde wand en denkt:
“Dit valt gewoon binnen de tolerantie.”
Dat hoeft geen truc of smoes te zijn.
Een ervaren aannemer of stukadoor ziet dagelijks gestucte oppervlakken en weet vaak vrij snel of iets vermoedelijk buiten de normale bandbreedte valt of dat strijklicht het beeld vooral versterkt.
Daarmee heeft de opdrachtgever niet ineens ongelijk omdat hij iets ziet.
Hij ziet werkelijk schaduwen en oneffenheden.
De vraag is alleen:
betekent wat hij ziet ook dat het werk technisch niet voldoet?
Dat zijn twee verschillende dingen.
Stucwerk niet vlak beoordelen? Kijk eerst naar de juiste omstandigheden
Voor stucwerk bestaan oppervlaktebeoordelingscriteria.
Daarbij geldt onder meer dat de afgesproken afwerkingsgroep bepalend is voor wat aan vlakheid en uiterlijk mag worden verwacht.
Bij zeer hoogwaardig glad stucwerk gelden bijvoorbeeld strengere toleranties dan bij andere afwerkingsniveaus.
Belangrijk voor dit praktijkvoorbeeld is dat bij een normale visuele beoordeling geen strijklicht over het te beoordelen oppervlak hoort te vallen.
Een bouwlamp vlak tegen de wand zetten en vervolgens op basis van de ontstane schaduwen concluderen dat de wand ondeugdelijk is, is dus geen goede manier om het werk te beoordelen.
Eerst de lamp verplaatsen
Wanneer BuildEasy in zo'n situatie bij een project zou komen, hoeft de eerste stap helemaal niet ingewikkeld te zijn.
De bouwlamp gaat weg uit de positie waarin hij langs de wand strijkt.
Zet hem bijvoorbeeld midden in de ruimte en richt het licht op de wand zoals de ruimte normaal zou worden verlicht.
Bekijk daarna dezelfde wand opnieuw.
Het beeld kan dan volledig veranderen.
Een muur die enkele seconden eerder nog sterk golvend leek, kan ineens gewoon een rustig oppervlak blijken te zijn.
Blijft er daarna twijfel bestaan, dan wordt het interessant om te meten.
Niet de schaduw bepaalt dan of de wand voldoet, maar de afgesproken kwaliteit en de bijbehorende toleranties.
Het verschil tussen “niet mooi” en “niet volgens afspraak”
Dat onderscheid is belangrijk.
Een opdrachtgever kan naar een wand kijken en zeggen:
“Ik vind dit niet mooi.”
Dat is een persoonlijke waarneming.
Maar om van een gebrek te spreken, is een andere vraag nodig:
“Voldoet deze wand aan wat is afgesproken?”
Als het stucwerk buiten de overeengekomen toleranties valt, is er aanleiding om de aannemer daarop aan te spreken.
Valt het werk binnen de afgesproken kwaliteit, dan kan een opdrachtgever niet zonder meer eisen dat alles opnieuw wordt uitgevoerd omdat het onder uitzonderlijke lichtomstandigheden niet perfect oogt.
Dat is precies het moment waarop ervaring en een objectieve beoordeling veel onnodige spanning kunnen voorkomen.
Hetzelfde gebeurt bij cementdekvloeren
Een vergelijkbare situatie kan ontstaan bij een cementdekvloer.
De opdrachtgever loopt over een grote vloer en ziet door invallend licht, schaduwen of lange zichtlijnen kleine hoogteverschillen.
De conclusie kan dan zijn:
“Deze vloer is niet vlak.”
Ook daar geldt dat een vloer niet wordt beoordeeld aan de hand van alleen de indruk die hij op het oog maakt.
Voor vloeroppervlakken bestaan meetmethoden en vlakheidsklassen.
Welke eisen gelden, hangt af van wat is overeengekomen en van de toepassing van de vloer.
Een vloer kan kleine zichtbare afwijkingen hebben en toch binnen de afgesproken toleranties vallen.
Andersom kan een vloer die er op het oog prima uitziet bij een meting juist buiten de norm blijken te vallen.
Daarom is meten uiteindelijk belangrijker dan kijken.
Zo kan een klein verschil uitgroeien tot een conflict
Stel nu dat de opdrachtgever de gestucte wand onder strijklicht heeft gezien.
Hij meldt aan de aannemer:
“Ik keur dit niet goed.”
Daarna volgt:
“Totdat dit is opgelost, betaal ik de volgende termijn niet.”
De aannemer weet uit ervaring dat het oppervlak waarschijnlijk gewoon binnen de overeengekomen toleranties valt.
Hij ziet dus geen reden om de volledige wand opnieuw te laten uitvoeren.
De opdrachtgever denkt vervolgens:
“Hij weigert zijn fout te herstellen.”
De aannemer denkt:
“Mijn werk voldoet en toch wordt mijn factuur niet betaald.”
En daar ontstaat ineens een bouwconflict.
Niet noodzakelijk omdat iemand slechte bedoelingen heeft.
Maar omdat beide partijen naar hetzelfde werk kijken vanuit een totaal ander referentiekader.
Eerst vaststellen of er werkelijk een gebrek is
Juist daarom is het verstandig om niet onmiddellijk vanuit een indruk te handelen.
Bij twijfel over stucwerk of een cementdekvloer zijn een paar vragen belangrijk:
Wat is afgesproken?
Welke kwaliteit of vlakheidsklasse geldt?
Hoe hoort het werk te worden beoordeeld?
Wat laat een correcte meting zien?
Pas daarna weet u of er werkelijk iets moet worden hersteld.
Blijkt het werk buiten de afgesproken tolerantie te vallen, dan heeft de opdrachtgever een concreet punt.
Blijkt het werk te voldoen, dan moet ook dat duidelijk kunnen worden gezegd.
Hoe BuildEasy zo'n verschil van inzicht benadert
Bij dit soort situaties wordt niet automatisch het standpunt van de opdrachtgever overgenomen.
Ook wordt niet automatisch aangenomen dat de aannemer gelijk heeft.
Eerst wordt gekeken naar de feitelijke situatie.
Bij stucwerk kan dat beginnen met iets eenvoudigs als het aanpassen van de verlichting.
Daarna kan, wanneer nodig, worden gemeten en getoetst aan de afgesproken kwaliteit.
Bij een cementdekvloer geldt hetzelfde uitgangspunt.
Niet:
“Het ziet er niet goed uit, dus het is fout.”
Maar:
“Wat is afgesproken en voldoet het daar aantoonbaar aan?”
Blijkt de aannemer binnen de afgesproken toleranties te hebben gewerkt, dan hoort de opdrachtgever dat ook te weten.
Blijkt het werk daadwerkelijk buiten de norm te vallen, dan hoort de aannemer daarop te worden aangesproken.
Juist die benadering kan voorkomen dat een verschil van inzicht over een paar millimeter uitgroeit tot een conflict over herstel, betalingen en vertrouwen.
Eerst vaststellen of iets werkelijk fout is. Daarna pas bepalen wat er moet gebeuren.


